De molen van Klerken
werd eindelijk in zijn oorspronkelijke glorie gerestaureerd. Binnenin is er
een trappenstelsel dat de bezoeker naar
een uitkijkplatform kan leiden, net zoals tijdens WO I.
Vlaams minister Geert Bourgeois heeft een premie van 409.484 euro
toegekend voor de instandhouding van de molen van Klerken. ‘Na vijftien jaar
lobbyen werd de subsidie toegekend en werd de molenromp versterkt en het monument toegankelijk voor bezoekers’',
zegt Eric Beghein, voorzitter van de Vriendenkring Vredesmolen Klerken (VVmK)
en huidig directeur van het Atheneum, KTA
en Slagers-traiteursschool Diksmuide. ‘Op het uitkijkplatform krijgen de
bezoekers een prachtig landschap voorgeschoteld. Bij helder weer zien ze zowel
de kust als de West-Vlaamse heuvels’, aldus Eric Beghein.
Fotoalbum
Opening Vredesmolen - Klerken -
21/06/2014
Op zaterdagnamiddag 21
juni 2014 vond de opening plaats van de gerestaureerde Vredesmolen in
Klerken.
Historiek Vredesmolen Klerken
Het is dankzij de volgehouden inzet van een team van toegewijde Klerkenaars en
het gemeentebestuur dat deze molen een nieuwe bestemming gekregen heeft. De
Vredesmolen is een stille getuige van de wreedheid van WOI in de Westhoek. Een
uniek monument voor de vele gesneuvelden tijdens de slag van Houthulst op 28
september 1918. Een grafsteen om hen blijvend te herdenken.
·
1983: verder verval van de molen door inzakken groot stuk
muur
·
1997: De dorpsraad lanceert een petitieactie “Red de
stervende molen”. Er worden 650 handtekeningen verzameld op een totaal van 535
huizen.
·
1998: Een dossier wordt overgemaakt en er volgt een eerste
beschermingsmaatregel.
·
1999: Het dossier wordt definitief goedgekeurd. Uit de
dorpsraad wordt de huidige Vriendenkring opgericht. De molen wordt herdoopt tot
Vredesmolen.
·
1 april 1999: beschermd als monument en als dorpsgezicht
(molen en omgeving)
·
2006: verdere vernieling door storm
·
17 nov 2008: vergunning voor uitvoeren van dringende
instandhoudingswerken aan de molenruïne
·
7 jan 2011: vergunning voor restaureren van de Vredesmolen
·
10 juli 2013: De voorlopige oplevering vond plaats. De
definitieve oplevering is voorzien voor juni-juli 2014.
De Vredesmolen en zijn molengeschiedenis
Op de plaats van de huidige molen werd in 1766 een houten oliewindmolen
opgericht door J.F. de Necker. In 1871 werd de molen verbouwd om ook graan te
malen. Hiertoe werd de molenkast ingericht met drie zolders. In 1879 liet
L. Vandenbussche de houten molen vervangen door een stenen stellingmolen met
een ijzeren galerij. De molen bestond uit een benedenverdieping (olieslagerij
voor kool- en lijnzaad) en vier zolders (graanmolen). De zolders waren in
gebruik als stapelzolder, meelzolder, steenzolder en kapzolder.
In een bijgebouw, aan de zuidzijde van de molen, werd in 1880 een stoommachine
geplaatst. Op die manier kon voortaan ook bij windstilte gewerkt worden. Dit
bijgebouw, gekenmerkt door de aanwezigheid van een hoge schoorsteen, werd
waarschijnlijk opgericht rond 1880. Op het einde van WOI was het volledig
vernield. Het huidige bakstenen bijgebouw aan de oostzijde werd opgetrokken in
de jaren 1920.
De olieslagerij, met kollergang, werd in 1901 verwijderd: oliemolens hadden op
dat ogenblik hun economische nut verloren. De molen bleef echter in gebruik als
graanmolen: tot het uitbreken van WOI werd in de molen graan gemalen.
Duitse soldaten bezetten Houthulst en
Klerken
In oktober 1914 werd Klerken ingenomen door het Duitse leger. Al bij het begin
van de oorlog was een groot deel van de bevolking van Houthulst en Klerken
gevlucht voor de Duitse bezetter. Het front zal slechts op een boogscheut
liggen en zo werd Houthulst met Klerken voor de Duitsers de laatste lijn voor
het front. De Duitsers gebruikten het grondgebied van deze gemeenten om een
sterk verdedigingsnetwerk uit te bouwen. Men noemt het “Etappengebied”. In de
verlaten huizen van Klerken waren de Duitse officieren en soldaten
ingekwartierd. Ook in de boerderij Van Coillie hier vlak naast de molen
verbleven Duitsers.
De molen werd door het Duitse leger vrij snel in gebruik genomen als
observatiepost. Door zijn ligging op de heuvelkam, 43m boven de zeespiegel, net
achter de IJzervallei bood de molen immers een wijds strategisch panoramisch
zicht.
Eindoffensief
Op 28 september 1918 werd door het Belgische leger het bevrijdingsoffensief
ingezet. De Belgische troepen slaagden erin om het bos van Houthulst op één dag
volledig in te nemen.
De afstand tussen de Blankaartvijver en de heuvelrug van Klerken was niet
groot. Hierdoor leek het of de 1ste Infanteriedivisie (ID) bestaande uit de
2de, 22ste en 3de Linieregimenten de gemakkelijkste opdracht had. De sterke
hellingsgraad zorgde echter voor heel wat problemen. De troepen vertrokken
vanuit Merkem en konden vrij vlot de Franken- en Preussenstellung innemen. Bij
de Bayernstellung ter hoogte van Jonkershove hadden ze iets meer weerstand,
maar ook die hindernis werd vlug weggewerkt. In de loop van de voormiddag
stonden de soldaten van het 22ste Linieregiment al in de puinhopen van
Houthulst. Het 2de Linieregiment dat noordelijk het 3de op ’t Hoogkwartier
moest volgen, had zich echter van weg vergist en was daardoor achter het 3de
uitgekomen. De aanval van de 1ste ID werd dan ook stopgezet met als gevolg dat
ze de heuvels van ’s Graveneik en Terrest niet meer konden innemen op 28 september.
De 10de ID moest Klerkendorp en de hoogtes van de Smisse met de molen (huidige
Vredesmolen) innemen. De Duitsers konden vanop de heuvels de Belgen echter
perfect bestoken en de aanvallen van het 19de en 20ste Linieregiment liepen op
diezelfde dag vast op de heuvelflank op Terrest.
Op 29 september 1918 werd de molen uiteindelijk heroverd door het 2de, 3de en
22ste Linieregiment van het Belgisch leger. Het verhaal leeft dat de Duitsers
via onderaardse gangen zijn gevlucht richting Zarren en Terrest. Het
eindoffensief ging gepaard met het verlies van zeer veel soldatenlevens (554
militairen in Klerken aan Belgische zijde).
Restauratie
Aansluitend op de uitvoering van de eerste fase, de dringende instandhouding,
werd van start gegaan met de opmetingen van de bestaande toestand en het
uitwerken van een definitief ontwerp van de restauratie. Concreet werden
volgende stappen gerealiseerd in navolging van de gemeenteraadsbeslissing van
20 mei 2010:
1. Metaalstructuur tot consolidatie van de standzekerheid
De ruïne werd geconsolideerd in zijn huidige toestand. Hiervoor werd een
staalstructuur gebouwd in de molenromp, die de metselwerken definitief kan
torsen. De staalstructuur zet aan op een gewapende funderingsplaat in beton. De
hoofdstructuur bestaat uit 6 metalen kolommen en 5 horizontale structuren
(omschrijvende zeshoek en binnendriehoek). Op de bovenste 4 niveaus van de
horizontale hoofdstructuur, werd een passerelle gebouwd. De passerelles stemmen
overeen met de niveaus van de vroegere molenzolders, zoals afleesbaar uit de
bouwsporen van de vloeren en de schikking van de vensters.
Een secundaire structuur, die radiaalsgewijze op de hoofstructuur is bevestigd,
draagt zowel de passerelles als het eigenlijke gewicht van het
baksteenmetselwerk over naar de nieuwe metaalstructuur.
2. Toegankelijkheid van de molen
Een metalen trap geeft toegang tot de passerelles, op de niveaus van de
verschillende verdiepingen. Op de gelijkvloerse verdieping werd de betonplaat
vlak getrokken en geborsteld. De dubbele poort van de molen werd vervangen door
een identieke kopie. De molenromp blijft steeds toegankelijk doorheen de
vensters op de gelijkvloerse verdieping en de scheur, die open blijven.
3. Restauratie van het metselwerk
Het metselwerk van de molen werd gerestaureerd. Hiervoor werden de binnen- en
parementen naar hun oorspronkelijk wandvlak hersteld. Het huidige silhouet van
de molen werd hierbij integraal behouden. Er vonden geen reconstruerende
metselwerken plaats. Zo bleef de scheur aan westzijde volledig open zoals het
resultaat na de laatste instorting in 2007. Een aantal bijkomende
ankertechnieken werden voorzien om de scheur aan oostzijde te consolideren: het
plaatsen van kousankers en injectering van de scheur met groutmortel. Het vrije
metselwerk bovenzijdes en zijkanten – als het ware de snede als grens waar
vroegere metselwerken zijn ingestort – werd afgewerkt met een afdekprofiel in
zink. Deze afdekking moet het metselwerk behoeden voor verder verval.
4. Maalderij
Aan het bijgebouw aan de molen, de voormalige maalderij, werden de metselwerken
analoog hersteld. Ook hier werden metselwerken niet reconstruerend
heropgetrokken (bijvoorbeeld de oostelijke kopgevel werd niet gereconstrueerd).
Een nieuw dak boven de maalderij evoceert evenwel de vroegere dakvorm. Het dak
laat toe om een beschutte plaats aan te bieden. Evenwel bleven de venster- en
deuropeningen open, evenals de kopgevel aan oostzijde. Het dak is opgebouwd uit
metalen profielen en werd afgewerkt met een houten bebording, waarop een zinkafwerking
in staande naad.
5. Kelder van de maalderij
De kelder van de maalderij was tijdens de Duitse bezetting omgevormd tot
schuilkelder. De constructiewijze van deze kelder kon tijdens de ontruimingen
in de eerste fase volledig worden opgemeten. Deze constructie, bestaande uit
houten balken, golfplaten als verloren bekisting en betonvloer, werd
gereconstrueerd. De typische Duitse golfplaten met grote golf werden hiertoe
gereconstrueerd. Op de gelijkvloerse verdieping werd de betonplaat
vlak getrokken en geborsteld. In de kelder werd de bestaande
baksteenklinkervloer behouden. Evenwel werd ze uitgenomen om op een betonplaat
op volle grond te worden teruggeplaatst. De kelder van de maalderij werd a
priori voorzien als enige af te sluiten ruimte. De deur werd hiertoe vervangen
door een identieke kopie.
6. Elektriciteit
Een basisvoorziening werd voorzien. Voeding van enkele stopcontacten op de
gelijkvloerse verdieping (achter de deur die toegang geeft tot de kelder) en in
de kelder zelf werden voorzien. In de kelder werd een basisverlichting
voorzien. Op de gelijkvloerse verdieping werd voorzien in een verlichting
middels uplighters, die indirect licht geven door weerkaatsing tegen houten
bebording en de metaalstructuur.
Ontsluiting
De restauratie van de molen was hoogstnoodzakelijk om dit stuk erfgoed te
kunnen bewaren. Door de aangebrachte trappenconstructie krijgt de molenruïne
haar functie terug van tijdens de Eerste Wereldoorlog toen ze dienst deed als
uitkijkpost. Lopende projecten in samenwerking met de provincie
West-Vlaanderen, VIVES Hogeschool en Regionaal Landschap IJzer en Polder (zie
verder) dragen verder bij tot het uitdragen van deze erfgoedwaarde naar een
nieuwe generatie bezoekers toe met oog voor de landschappelijke omgeving van de
ruïne.
De restauratie van de molenruïne werkt als uitnodiging naar passanten en
bezoekers toe om dit stukje erfgoed te betreden en van hieruit de
landschappelijke waarde van de omgeving vast te stellen. Midden in deze groene
omgeving wordt de Vredesmolen nu een toegankelijk uitkijkpunt in het kader van
de herdenking van 100 jaar WOI naast sites als de Belgische militaire
begraafplaats in Houthulst en de Driegrachtensite in Merkem. In het kader van
deze herdenking wordt de site in de toekomst meer als toeristische erfgoedsite
bekeken. De aanleg van de omgeving in samenwerking met het Regionaal Landschap
IJzer en Polder draagt bij tot het creëren van een aantrekkelijke site waar
mogelijkheid is om natuur, cultuur en ontspanning met elkaar te combineren. De
projecten in samenwerking met VIVES en de provincie West-Vlaanderen laten ons
toe om ook met het educatieve aspect naar buiten te komen.
Naar ontsluiting toe zijn verschillende projecten lopende:
Infoborden op de site en in de molen
In samenwerking met Westtoer werd de site inmiddels voorzien van een infobaken
en fietsenstalling in het kader van de honderdjarige herdenking WOI. Samen met
de Belgische militaire begraafplaats in Houthulst en de Driegrachtensite in
Merkem vormt dit een van de drie WOI-ankerpunten binnen de gemeente. In de
molen zelf worden in het najaar infoborden aangebracht met historisch tekst- en
fotomateriaal om de rol van de molen tijdens WOI verder te kaderen.
Omgevingswerken op de site
In samenwerking met Regionaal Landschap IJzer en Polder wordt de omgeving van
de molen van beplanting en zitmogelijkheden voorzien. Het einde van deze werken
is voorzien tegen eind 2014.
Educatief project ‘WOI, een afgesloten
hoofdstuk?’
In opdracht van het gemeentebestuur ontwikkelde VIVES Hogeschool een educatief
pakket rond de honderdjarige herdenking van WOI. De molen maakt integraal deel
uit van dit pakket. Heel specifiek wordt de historiek van en een bezoek aan de
Vredesmolen meegenomen in:
Twee websites
Er worden twee websites ontwikkeld, één voor de lagere scholen en een voor de
secundaire scholen. Deze websites brengen het ruime verhaal over WOI, maar
staan in detail stil bij de impact van de oorlog op de omgeving van Houthulst.
Niet alleen de historische context, maar ook vredes- en herinneringseducatie,
kunst- en cultuureducatie komen uitgebreid aan bod.
Fiets- en wandelroutes
Er werd onder andere een digitale fietslus uitgewerkt die de Vredesmolen in
Klerken verbindt met de Belgische militaire begraafplaats in Houthulst. Deze
fietslus vormt een fysieke aanvulling op de websites en nodigt klassen en
andere bezoekers (o.a. gezinnen met kinderen) uit om ter plaatse het
oorlogsverleden van Houthulst aan de hand van getuigenissen, filmpjes, foto’s
etc… op te ontlenen tablets te ontdekken. Ook in de omgeving van Merkem en van
Jonkershove worden momenteel gelijkaardige digitale routes gefinaliseerd.
Daarnaast maakte VIVES in samenwerking met de dienst Vrije Tijd verder werk van
een verhalenverzamelaar die kleine en grote verhalen uit of over WOI verzamelt
en daarna de wereld weer instuurt (lancering op Open Monumentendag 2014), de
opname van getuigenissen, de realisatie van een fotoboek met objecten en
historisch interessante locaties, de blog
http://eerstewereldoorloghouthulst.blogspot.be/ en de jaarlijkse
oorlogskranten.
Voor meer info over dit project kan je terecht op de blog of bij de dienst
Vrije Tijd, Markt 17, 8650 Houthulst, toerisme@houthulst.be, www.houthulst.be.
Provinciale auto-, fiets- en
wandelroutes
De Vredesmolen bevindt zich op volgende routes:
·
Niemandsland autoroute, 68 km
·
Bakelandt fietsroute, 46 km
·
Krekedal fietsroute, 47 km
·
Heuvelpad wandelroute, 7,5 km